Wanneer is botopbouw nodig voor een tandimplantaat?

Wanneer is botopbouw nodig voor een tandimplantaat?

Botopbouw is nodig wanneer het kaakbot te smal of te laag is om een tandimplantaat stabiel te verankeren. De implantoloog vult het botvolume dan aan met bot of botvervangend materiaal, zodat de kunstwortel later voldoende houvast heeft. In veel gevallen is dit een routinematige tussenstap binnen een implantaatbehandeling en geen reden om van implantologie af te zien.

Wie een kies of tand mist, denkt vaak dat een implantaat direct geplaatst kan worden. In de praktijk begint een zorgvuldige implantaatbehandeling met een beoordeling van het kaakbot. Dat bot is de fundering. Zonder voldoende volume en kwaliteit kan osseo-integratie, de vergroeiing tussen het titanium implantaat en het bot, niet betrouwbaar plaatsvinden.

Waarom kaakbot verdwijnt na tandverlies

Kaakbot heeft prikkeling nodig. Zolang een natuurlijke tandwortel kauwkrachten doorgeeft aan het bot, blijft het bot in stand. Verdwijnt die wortel, dan valt de belasting weg en trekt het bot zich terug. Dit proces heet resorptie.

De grootste botafname vindt plaats in het eerste jaar na een extractie. Daarna gaat het langzamer, maar het stopt niet. Ook een klassieke uitneembare prothese remt dit niet af, omdat de druk op het tandvlees rust en niet op het bot. Dat verklaart waarom mensen die jarenlang een volledige prothese dragen vaak een duidelijk smallere kaak hebben.

Praktisch betekent dit: hoe langer u wacht met een oplossing, hoe groter de kans dat botopbouw onderdeel wordt van het behandelplan.

Hoe stelt de implantoloog vast of botopbouw nodig is?

De beoordeling gebeurt niet op gevoel. Een implantoloog gebruikt een driedimensionale scan, meestal een CBCT, om hoogte, breedte en dichtheid van het kaakbot in beeld te brengen. Op basis daarvan wordt digitaal gepland waar het implantaat idealiter komt te staan en of het bot op die plek toereikend is.

Er wordt onder meer gekeken naar:

  • de resterende bothoogte boven belangrijke structuren zoals de kaakzenuw of de kaakholte
  • de breedte van de kaakwal ter plaatse van het toekomstige implantaat
  • de botkwaliteit, want dicht bot en sponsachtig bot gedragen zich verschillend
  • de stand van de buurtanden en de gewenste prothetische opbouw

De conclusie van dit onderzoek bepaalt de route: direct implanteren, gelijktijdig opbouwen en implanteren, of eerst opbouwen en later implanteren.

Vormen van botopbouw en de sinuslift

Botaugmentatie is een verzamelnaam. De techniek wordt gekozen op basis van het tekort dat opgevuld moet worden.

Lokale botopbouw

Bij een beperkt tekort in breedte of hoogte wordt granulaat aangebracht op de plek van het toekomstige implantaat, vaak in combinatie met een membraan dat het materiaal op zijn plaats houdt. Dit gebeurt regelmatig in dezelfde zitting als de plaatsing van het implantaat.

Sinuslift

In de bovenkaak ligt de kaakholte, de sinus maxillaris. Na het verlies van kiezen zakt de bodem van die holte vaak omlaag, waardoor er te weinig bot overblijft. Bij een sinuslift wordt het sinusmembraan voorzichtig omhoog geduwd en wordt de ontstane ruimte gevuld met botopbouwmateriaal. Zo ontstaat er weer voldoende hoogte voor een implantaat in de zijdelingse delen van de bovenkaak.

Blokaugmentatie

Bij grotere defecten kan een blok eigen bot of biomateriaal worden vastgezet met kleine schroefjes. Deze techniek wordt ingezet wanneer een aanzienlijk deel van de kaakwal ontbreekt.

Welke variant ook wordt gekozen, het doel is steeds hetzelfde: een voorspelbare fundering creëren die het implantaat jarenlang kan dragen. Voor patiënten in de regio Amersfoort en Leusden wordt de behandeling meestal uitgevoerd in een gespecialiseerde tweedelijnspraktijk, waar de chirurgische en prothetische fasen van implantologie onder één dak samenkomen.

Hoe verloopt een behandeling met botopbouw?

Een behandeling met botopbouw verloopt in fasen, met een genezingsperiode tussen de stappen. Het bot heeft namelijk tijd nodig om het aangebrachte materiaal om te vormen tot eigen, doorbloed bot.

De gebruikelijke volgorde ziet er zo uit:

  1. Diagnostiek en planning. Klinisch onderzoek, CBCT-scan en digitale planning van de implantaatpositie.
  2. Botopbouw. Onder lokale verdoving wordt het botvolume aangevuld. De ingreep duurt doorgaans één zitting.
  3. Genezing. Afhankelijk van techniek en omvang volgt een rijpingsperiode van enkele maanden.
  4. Plaatsing van het implantaat. De titanium kunstwortel wordt in het opgebouwde bot geplaatst.
  5. Osseo-integratie. Het bot vergroeit met het implantaatoppervlak.
  6. Prothetische opbouw. Een abutment en vervolgens een kroon, brug of klikgebit worden geplaatst.

Deze gefaseerde aanpak kost meer tijd dan een enkelvoudige plaatsing, maar levert een aanzienlijk stabielere uitgangssituatie op. Dat geldt zeker bij uitgebreide oplossingen zoals all-on-4 en all-on-6, waarbij een volledige tandboog op vier of zes implantaten rust.

Nazorg bepaalt mede het langetermijnresultaat

Na de behandeling is mondhygiëne bepalend. Rondom implantaten kan peri-implantaire ontsteking ontstaan wanneer tandplak zich ophoopt. Regelmatige controle, professionele reiniging en goede dagelijkse verzorging houden het tandvlees en het bot rond de implantaten gezond.

Roken is een belangrijke risicofactor bij botopbouw, omdat het de doorbloeding en daarmee de botvorming ongunstig beïnvloedt. Ook slecht ingestelde diabetes vraagt om extra aandacht in de planning. Een implantoloog bespreekt deze factoren vooraf, conform de richtlijnen van beroepsverenigingen als de KNMT en de NVOI.

Patiënten die zich oriënteren op een behandeling kunnen zich laten verwijzen door hun eigen tandarts of rechtstreeks contact opnemen met een implantoloog in Leusden voor een intake. Bij PTI de Biezenkamp worden implantologie en algemene tandheelkunde gecombineerd in één behandelplan, met aandacht voor zowel de chirurgische fase als de uiteindelijke prothetische voorziening.

Veelgestelde vragen over botopbouw

Wat is botopbouw precies?

Botopbouw is een chirurgische ingreep waarbij het kaakbot wordt aangevuld met eigen bot of botvervangend materiaal. Het doel is voldoende volume creëren zodat een tandimplantaat stabiel geplaatst en verankerd kan worden.

Wat is het verschil tussen botopbouw en een sinuslift?

Een sinuslift is een specifieke vorm van botopbouw in de bovenkaak, waarbij de bodem van de kaakholte omhoog wordt gebracht om ruimte te maken voor bot. Algemene botopbouw richt zich op de breedte of hoogte van de kaakwal zelf.

Hoe lang duurt de genezing na botopbouw?

De rijping van het opgebouwde bot vraagt doorgaans enkele maanden. De exacte duur hangt af van de techniek, de omvang van het defect en persoonlijke factoren zoals leefstijl en algemene gezondheid.

Is botopbouw altijd nodig bij een implantaat?

Nee. Bij voldoende botvolume kan een implantaat direct worden geplaatst, soms zelfs in dezelfde zitting als een extractie. Alleen een driedimensionale scan geeft hierover uitsluitsel.

Kan ik na botopbouw een klikgebit krijgen?

Ja. Een klikgebit op implantaten is juist een veelgebruikte oplossing na botopbouw, omdat de prothese dan vastklikt op implantaten in plaats van los op het tandvlees te rusten.

Comments are disabled